Dag 104 - De Booze cruise
1 mei 2018 - Coron, Filipijnen
Ons wekkertje staat vroeg, om zeven uur moeten we uit bed om alle tassen in te pakken, te ontbijten en het stuk naar waar onze expeditie tour vertrekt lopen. Gelukkig worden we om 6 uur 's ochtends gezellig wakker van een brandend zonnetje ;-)
Als we naar het kantoor van de expeditie lopen, komen we Dennis al tegen. Hij gaat een bak koffie halen voor de rest en vraagt of wij ook wat willen. Stijn en ik hebben besloten alle kleine dingen voor hun te betalen, dus grijpen deze mogelijkheid gelijk aan om op koffie te trakteren. Als de groep compleet is, proppen we ons met zijn zessen (onze gids, Dennis, Rachel en Mark) in een tryke en gaan we op weg naar de haven.
Als we aankomen bij onze boot controleren de Aussies als eerste de voorraad bier, want dat is natuurlijk het allerbelangrijkste. Het blijkt dat er niet genoeg bier is, dus springen Stijn en ik van de boot om meer bier te halen. Gelukkig zijn er in het haventje een aantal kleine winkeltjes en kunnen we hier voor een goede prijs twee six packs San Miguel Light halen. Als we terugkomen op de boot blijkt dat er ook niet genoeg ijs en cola (voor de rum-cola's) van Rachel is, dus zijn kapitein Sparrow (een andere dan in El Nido), Mark en Rachel dit gaan kopen terwijl onze gids John-boy en Dennis het fort bewaken. Nadat de drankvoorraad is gecontroleerd en aangevuld, vullen wij het nodige papierwerk in en krijgen we van de havenmeester akkoord om de haven te verlaten. Op het moment dat we de haven uitvaren, gaan de eerste biertjes open. Het is 09:45... Ah, dus het wordt zo’n dag! Dit gaat leuk worden!
Omdat het extreem laag tij is, is de volgorde van onze tour omgedraaid. Dit betekent dat we eerst anderhalf/twee uur varen voordat we bij de eerste bestemming aankomen. Het varen zelf gaat goed (geen zeeziektes), er wordt flink wat bier gedronken en gezellig gekletst. Langzaam maar zeker leren we meer over elkaar te weten en hebben we goede gesprekken. Het is echt heel gezellig! De eerste stop is Malcapuya island, een groot lang eiland, niet al te breed. We meren aan de verkeerde kant aan, en moeten dan het eiland oversteken naar de andere kant. John-boy geeft ons onze snorkelspullen en we gaan op pad. Als we eenmaal aan de andere kant zijn, zien we het paradijs. Een heel breed, lang en wit strand, met azuurblauw water. Echt prachtig! We komen een stelletje tegen dat ons adviseert om helemaal aan de linkerkant bij een rotsformatie te gaan snorkelen, omdat er daar de meeste visjes te zien zijn. We zien een aantal mooie vissen en Mark wijst ons op een kleine rog; deze was zo'n dertig centimeter breed en met een knalblauwe staart. Maar "och", zegt Mark, "het is maar een kleintje, niet zo boeiend". Nee, natuurlijk niet, voor hen niet! Maar voor ons wel, haha.
Na Malcapuya island varen we door naar Banana Island, waar we gaan lunchen! De crew heeft op de boot verse vis gebarbecued, wat varkensvlees en een auberginesalade gemaakt. Daarnaast krijgen we natuurlijk rijst en bananen ;-) Na de lunch gaan we een stuk zwemmen om nog een beetje te bewegen en om vast een aantal van de biercalorieën eraf te branden. Hierna springen we op de boot en brengt kapitein Jack Sparrow ons naar Pulog Island – dit was één van mijn favoriete bestemmingen! Het was een eiland met een rotsformatie erop, zodat je omhoog kon klimmen en redelijk ver kon kijken, maar je kon ook een heel eind de zee in lopen op een zandbank. En vooral die zandbank was prachtig, wit zand en blauwe zee. Zo'n mooi contrast! Het was er dus ook erg druk met selfie-makende mensen, maar gelukkig waren er nog niet zoveel boten toen wij aankwamen. Grappig genoeg komen we op dit eiland Dani en Joe tegen, het Britse stel waarmee we tour A in El Nido hebben gedaan. En wat blijkt? Zij hebben op hun beurt een tour geboekt die Alec toevallig ook had geboekt, dus we hebben een mini-reünie op Pulog eiland, grappig! Vanaf Pulog eiland kunnen we ook nog een resort zien liggen, een soort van Modessa plus op een privé eilandje. Hele chique beach cottages en John-boy weet ons te vertellen dat je 45.000 peso's per nacht betaald, zo'n €800. Daarna zeggen we koers naar ons eiland voor de nacht: bamboo island.
Als we in de buurt van ons eiland komen, begint Dennis mij gelijk te pesten. Hij zegt dat ik in het bamboehutje op het strand mag slapen (dit niet veel meer is dan vier palen en een dak van palmbladeren). Ik zeg dat het me niet uitmaakt, dat ik eigenlijk gewoon onder de sterrenhemel wil liggen. Maar hoe dichterbij we bij het eiland komen, hoe zenuwachtiger wij allemaal worden. Er waren ons bungalows belooft waarin we konden slapen, maar er is niets te zien? Er zijn twee kleine huisjes, maar daar wonen zo te zien locals in. Terwijl we proberen aan te meren, blijven we alle vijf grappen maken. Zou dit echt onze locatie voor vannacht zijn? Dan ziet Stijn, tot hilariteit van iedereen, opeens een spandoek hangen met "Bamboo Island Gulf Resort", met daar achter een hele grote stapel stenen. Zou het de bedoeling zijn dat we zelf een hutje bouwen?
Eenmaal op het eiland zien we dat de bemanning een paar tenten uitpakt. Zouden we dan toch gaan kamperen? Met de grootst mogelijke moeite is de crew bezig met het opzetten van de tenten. Dit leidt tot de nodige hilariteit bij ons vijven, want zeg nou zelf: er is niks leukers dan naar een stel te kijken dat voor het eerst een tent op zet. Zeker aangezien we allemaal doorgewinterde kampeerders zijn en de tent waarschijnlijk binnen twee minuten opgezet zouden hebben. Uiteindelijk staan er twee tenten, maar we zijn met vijf. Twee stelletjes en Mark... Hoe past dit in twee tenten? Wat is er mis gegaan?
We besluiten ons er verder niet druk over te maken, maar een paar koude biertjes open te trekken. Dan vraagt Dennis of we niet toevallig een leuk kaartspelletje weten dat wij hen kunnen leren. We besluiten ze het spel "pesten" te leren, terwijl ondertussen in de schemering het diner (weer verse vis, rijst, varkensvlees en gegrilde aubergine) wordt klaargemaakt door de bemanning! In het donker eten we heerlijk op het strand en blijven dan spelletjes spelen en drinken tot een uur of 9. Daarna zijn we allemaal best moe, een tikkeltje dronken en ik besluit aan de bemanning te vragen wat het idee is van de slaapsituatie. Zij geven aan dat er één tent te weinig is ingepakt. Ze staan een beetje zenuwachtig te lachen en dan valt het stil. Een beetje perplex vraag ik: "maar wat is de oplossing dan?" Tsja, die hebben ze eigenlijk niet. "The office" heeft ze gewoon te weinig tenten meegegeven. Hmm... Zo komt mijn droom van onder de sterrenhemel slapen toch nog uit, denk ik terwijl ik terugloop naar de rest. Maar daar aangekomen wil Mark er niets van weten dat Stijn en ik onder de sterrenhemel gaan liggen. Hij zegt dat hij in Australië zo vaak op het strand slaapt en dat het voor hem geen enkel probleem is. Hij wil er niets van weten en dwingt ons om in de tent te slapen.
Het tentje zelf is klein, maar ruim genoeg voor twee personen. Het is alleen vastgezet met haringen die de naam haring niet verdienen, ze zijn dun en flimsy en als je ernaar kijkt komen ze al uit de grond omhoog. In de tent zelf ligt een laken op de grond om op te liggen, twee kussens en een laken om onder te slapen. Uitgeput gaan we op de grond liggen en vallen we in slaap. Het is een onrustige nacht, want op een gegeven moment komen de haringen inderdaad uit de grond en wappert de tent om ons heen. De tent van Dennis en Rachel stort rond een uur of vier in, en tegen de tijd dat de zon op begint te komen, zijn we allemaal al goed wakker.
Foto’s
1 Reactie
-
Lieneke:13 mei 2018Nee joh! Niet echt glamping te noemen... Hihi
